Verdriet
Je kan verdrietig zijn omdat je mist hoe het vroeger was, omdat je iemand minder ziet of omdat thuis anders voelt.
- Je mag huilen.
- Je mag iemand missen.
- Je hoeft je verdriet niet weg te stoppen.
Als je ouders uit elkaar gaan, kan je van alles voelen. Verdriet, boosheid, angst, opluchting, verwarring, schuldgevoel of gemis. Soms voel je zelfs meerdere dingen tegelijk.
Dat is niet raar. Dat is menselijk. Je gevoelens mogen er zijn, ook als je ze nog niet goed kan uitleggen.
Sommige kinderen denken dat ze rustig moeten blijven om niemand extra verdriet te doen. Andere kinderen worden boos, stil of heel druk. Dat kan allemaal gebeuren wanneer er thuis veel verandert.
Je gevoel is geen fout. Het is een signaal dat er iets belangrijk is voor jou. Je mag leren luisteren naar dat signaal, zonder jezelf ervoor te veroordelen.
Er is geen juiste of foute manier om je te voelen bij een scheiding. Iedereen reageert anders. Ook broers en zussen kunnen heel verschillend reageren.
Je kan verdrietig zijn omdat je mist hoe het vroeger was, omdat je iemand minder ziet of omdat thuis anders voelt.
Misschien ben je boos omdat je niets hebt gekozen, omdat volwassenen ruzie maken of omdat dingen oneerlijk voelen.
Soms snap je niet wat er gebeurt of waarom volwassenen anders doen. Dan kan je hoofd vol vragen zitten.
Sommige kinderen denken dat de scheiding door hen komt. Dat klopt niet.
Soms voel je zoveel dat je juist niets meer zegt. Ook dat kan een manier zijn om jezelf te beschermen.
Soms voelt een scheiding ook een beetje rustiger, bijvoorbeeld als er minder ruzie is. Ook dat gevoel mag bestaan.
Praten hoeft niet perfect. Je hoeft geen lange uitleg te geven. Begin met wat jij merkt in je hoofd, je hart of je lichaam.
Praat met iemand die rustig luistert en jou niet dwingt om partij te kiezen.
EΓ©n zin is genoeg: βIk vind dit moeilijkβ of βIk weet niet wat ik voel.β
Misschien wil je uitleg, rust, een knuffel, tijd alleen of gewoon iemand die luistert.
Je kan ook schrijven, tekenen, een bericht sturen of een hulpkaart gebruiken.
Soms is beginnen het moeilijkste. Deze zinnen kan je letterlijk gebruiken of aanpassen aan jouw woorden.
Je hoeft niemand te overtuigen. Je hoeft geen perfecte uitleg te geven. Je mag gewoon eerlijk zeggen wat er in jou gebeurt.
Kies iemand bij wie jij je veilig voelt. Dat hoeft niet altijd één van je ouders te zijn. Soms praat het makkelijker met iemand die wat verder van de situatie staat.
Een ouder, plusouder, grootouder, broer, zus, tante of nonkel kan soms helpen luisteren.
Een leerkracht, zorgjuf, leerlingenbegeleider, CLB-medewerker of trainer kan met jou meedenken.
Soms is praten makkelijker met iemand die jou niet kent en rustig luistert. Daarvoor bestaan hulplijnen.
Soms lukt praten thuis niet. Bijvoorbeeld omdat volwassenen boos worden, jou onder druk zetten, jou laten kiezen of jouw woorden tegen iemand gebruiken.
Je hoeft geen berichten over te brengen tussen volwassenen. Je hoeft ook geen ruzies uit te leggen of op te lossen.
Als thuis praten te moeilijk of onveilig voelt, kies dan iemand buiten de ruzie. Je hoeft niet te wachten tot alles misloopt.
Vraag hulp als je gevoelens te zwaar worden, als je vaak bang bent, als je jezelf pijn wil doen, als er geweld is of als volwassenen jou onder druk zetten.
Praten is geen klikken. Praten is zorgen voor jezelf.
Deze tools kunnen helpen als je je gevoel wil begrijpen, rust wil maken of iemand wil vertellen wat je nodig hebt.
Geef woorden aan je gevoel, ook als praten moeilijk is.
π€ SamenOntdek hoe je steun kan vragen of iemand anders kan steunen.
π§Ύ Noodplan of hulpkaartMaak een kaart voor momenten waarop het thuis of in je hoofd te veel wordt.
π¦οΈ StresscheckOntdek hoeveel spanning je draagt en wat jou rust kan geven.
Wat jij voelt, mag er zijn. Ook als het ingewikkeld is. Ook als volwassenen het druk hebben met hun eigen zorgen. Ook als je niet meteen weet hoe je het moet zeggen.
Begin klein. EΓ©n zin. EΓ©n persoon. EΓ©n rustig moment. Je hoeft het niet perfect te doen om gehoord te mogen worden.
Als je ouders uit elkaar gaan, kan je van alles voelen. Verdriet, boosheid, angst, opluchting, verwarring, schuldgevoel of gemis. Soms voel je zelfs meerdere dingen tegelijk.
Dat is niet raar. Dat is menselijk. Je gevoelens mogen er zijn, ook als je ze nog niet goed kan uitleggen.
Sommige kinderen denken dat ze rustig moeten blijven om niemand extra verdriet te doen. Andere kinderen worden boos, stil of heel druk. Dat kan allemaal gebeuren wanneer er thuis veel verandert.
Je gevoel is geen fout. Het is een signaal dat er iets belangrijk is voor jou. Je mag leren luisteren naar dat signaal, zonder jezelf ervoor te veroordelen.
Er is geen juiste of foute manier om je te voelen bij een scheiding. Iedereen reageert anders. Ook broers en zussen kunnen heel verschillend reageren.
Je kan verdrietig zijn omdat je mist hoe het vroeger was, omdat je iemand minder ziet of omdat thuis anders voelt.
Misschien ben je boos omdat je niets hebt gekozen, omdat volwassenen ruzie maken of omdat dingen oneerlijk voelen.
Soms snap je niet wat er gebeurt of waarom volwassenen anders doen. Dan kan je hoofd vol vragen zitten.
Sommige kinderen denken dat de scheiding door hen komt. Dat klopt niet.
Soms voel je zoveel dat je juist niets meer zegt. Ook dat kan een manier zijn om jezelf te beschermen.
Soms voelt een scheiding ook een beetje rustiger, bijvoorbeeld als er minder ruzie is. Ook dat gevoel mag bestaan.
Praten hoeft niet perfect. Je hoeft geen lange uitleg te geven. Begin met wat jij merkt in je hoofd, je hart of je lichaam.
Praat met iemand die rustig luistert en jou niet dwingt om partij te kiezen.
EΓ©n zin is genoeg: βIk vind dit moeilijkβ of βIk weet niet wat ik voel.β
Misschien wil je uitleg, rust, een knuffel, tijd alleen of gewoon iemand die luistert.
Je kan ook schrijven, tekenen, een bericht sturen of een hulpkaart gebruiken.
Soms is beginnen het moeilijkste. Deze zinnen kan je letterlijk gebruiken of aanpassen aan jouw woorden.
Je hoeft niemand te overtuigen. Je hoeft geen perfecte uitleg te geven. Je mag gewoon eerlijk zeggen wat er in jou gebeurt.
Kies iemand bij wie jij je veilig voelt. Dat hoeft niet altijd één van je ouders te zijn. Soms praat het makkelijker met iemand die wat verder van de situatie staat.
Een ouder, plusouder, grootouder, broer, zus, tante of nonkel kan soms helpen luisteren.
Een leerkracht, zorgjuf, leerlingenbegeleider, CLB-medewerker of trainer kan met jou meedenken.
Soms is praten makkelijker met iemand die jou niet kent en rustig luistert. Daarvoor bestaan hulplijnen.
Soms lukt praten thuis niet. Bijvoorbeeld omdat volwassenen boos worden, jou onder druk zetten, jou laten kiezen of jouw woorden tegen iemand gebruiken.
Je hoeft geen berichten over te brengen tussen volwassenen. Je hoeft ook geen ruzies uit te leggen of op te lossen.
Als thuis praten te moeilijk of onveilig voelt, kies dan iemand buiten de ruzie. Je hoeft niet te wachten tot alles misloopt.
Vraag hulp als je gevoelens te zwaar worden, als je vaak bang bent, als je jezelf pijn wil doen, als er geweld is of als volwassenen jou onder druk zetten.
Praten is geen klikken. Praten is zorgen voor jezelf.
Deze tools kunnen helpen als je je gevoel wil begrijpen, rust wil maken of iemand wil vertellen wat je nodig hebt.
Geef woorden aan je gevoel, ook als praten moeilijk is.
π€ SamenOntdek hoe je steun kan vragen of iemand anders kan steunen.
π§Ύ Noodplan of hulpkaartMaak een kaart voor momenten waarop het thuis of in je hoofd te veel wordt.
π¦οΈ StresscheckOntdek hoeveel spanning je draagt en wat jou rust kan geven.
Wat jij voelt, mag er zijn. Ook als het ingewikkeld is. Ook als volwassenen het druk hebben met hun eigen zorgen. Ook als je niet meteen weet hoe je het moet zeggen.
Begin klein. EΓ©n zin. EΓ©n persoon. EΓ©n rustig moment. Je hoeft het niet perfect te doen om gehoord te mogen worden.
We gebruiken cookies om je een betere gebruikerservaring op deze website te bieden. Cookiebeleid